In een opwelling zeiden we: “Maar waarom bieden de kranten niet aan dat je voor 100 euro per jaar artikelen mag overnemen. Desnoods gestaffeld naar aantal unieke bezoekers van je website. Dat is allemaal te meten.” De Nederlandse dagbladen projecteren de oude werkwijze op de nieuwe media. Dat is hopeloos. Het kan anders.

De reactie van iemand die anoniem wil blijven was: “The New York Times en andere kranten hanteren een ander beleid. Zij bieden zelfs gratis API’s aan die je kan gebruiken.”

Geld zinvol besteden, niet aan juristen

Kranten als The New York Times en The Guardian bekijken de markt anders. Zij investeren hun geld in relaties om hun positie op het Internet sterker, groter te maken, niet in juristen – dus ook Cozzmoss/Banning – die die relaties feitelijk de das om doen. (Lees hier onderaan bij Contraproductief. Of deze per definitie verloren wervingspoging van de Volkskrant.)

Anders denken

Het idee is als volgt: als iemand de website van de krant bezoekt en een specifiek artikel wil lezen, dan is deze persoon geïnteresseerd in het nieuws. Daarvoor wil zij of hij in principe betalen. Dan wordt de persoon abonnee of betaalt sec voor het artikel. Als iemand op de website van bijvoorbeeld MergenMetz stuit op een tekst van de krant, mag hij of zij deze zonder betaling gewoon lezen. Ook al zit het bij de krant achter een euro-slot. Die persoon was namelijk niet (direct) op zoek naar nieuws of een krantenartikel. Maar door deze actie stijgt het imago van de krant en wordt de persoon misschien wel abonnee. Lees Why Rupert Murdoch’s ‘paywall’ strategy might indeed be adding up . In Nederland experimenteert alleen het Financieele Dagblad met andere abonnementsvormen.

In den beginne…

In den beginne was een website voor veel middenstanders niets anders dan hun folder op het Internet. Elektronisch bladzijden omslaan. Zij projecteerden hun oude, vertrouwde model op de nieuwe technologie. Oude wijn in nieuwe kruiken, zou je kunnen zeggen.

De dagbladen doen dat ook: hun oude model hanteren ze op het Internet. Vroeger had men een probleem met de knipselkranten, met het Internet gaat het kopiëren sneller. En bedenk: het
Internet is, mede door de zogenaamde social media veel sneller en breder dan de publiciteit die men met de traditionele media kon behalen. Dus in feite zijn er nu heel veel kleine en grotere knipselkranten.

Het Internet is een kopieermachine

Kevin Kelly, lange tijd lid van de denktank Global Business Network, publiceerde in 2008 het stuk Better Than Free. Het begint met: ‘The internet is a copy machine. At its most foundational level, it copies every action, every character, every thought we make while we ride upon it. In order to send a message from one corner of the internet to another, the protocols of communication demand that the whole message be copied along the way several times.’

Op meta-niveau beschouwd wordt alles wat we op het Internet en wereldwijde web doen (toch) – al dan niet automatisch of in het geheim- gekopieerd. E-mails moeten bewaard blijven, een zoekmachine slaat teksten op, enzovoortts. Het geeft te denken, zowel qua privacy, maar ook dat je als organisatie daarop moet anticiperen. (Oké, in de Auteurswet van 1912 gaat het om het openbaar maken.)

Kelly gaat verder:”Als het kan worden gekopieerd, dan wordt het gekopieerd.”
Als er dingen zijn die in overvloed kunnen worden gekopieerd, worden ze waardeloos. Zaken die niet gekopieerd kunnen worden, worden schaars en waardevol. Dan moet je dingen die je niet kunt kopiëren verkopen.

Kelly noemt naast betrouwbaarheid (trust) acht andere waardevolle aspecten waarmee geld kan worden verdiend:
1 Onmiddellijkheid (vertaald van Immediacy): Liefhebbers betalen meer voor de openingsavond van een theaterstuk of film, een (eerste) hardcover editie van een boek i.p.v. de goedkopere
paperback die later volgt.
2 Personalisering: Op uw maat aangepaste diensten of goederen (de crux is dat zowel de maker als de koper beide hebben geïnvesteerd in het maatwerk).
3 Perceptie: De printer is spotgoedkoop, de lintcassettes zijn prijzig. De software is gratis, de ondersteuning kost. (Voor de ouderen onder ons: door het toestaan van kopiëren is WordPerfect toentertijd als tekstverwerker groot geworden.)
4 Authenticiteit: Is het een “gewone” kopie of heeft de maker zijn stempel of handtekening er op gezet. Denk aan een gesigneerd boek.
5 Toegankelijkheid: Bezit kan ook een zorg zijn. Dus zijn we bereid te betalen voor organisaties die ons (digitale) bezit managen. Digitale warenhuizen. Ze maken automatisch back-ups van onze computers en telefoons en we kunnen die gegevens benaderen als we ze nodig hebben.
6 Bewerken: De gegevens zijn vrij, maar misschien wilt u deze tekst wel in een pdf hebben. Of een foto in 3D manipuleren. Een oude film opkalefateren.
7 Mecenaat: Mensen willen heus wel betalen. Fans betalen de artiest, mits het een redelijk bedrag is. Het recente experiment van de groep Radiohead toont dat aan: liefhebbers mochten zelf
bepalen wat ze voor de gedownloade muziek wilden betalen. (Dat was gemiddeld vijf dollar voor een download.)
8 Vindbaarheid: In de berg van miljoenen boeken, muziekstukken en weet-ik-veel-wat, is het waardevol gevonden te worden.